Avontuurlijke reis

Avontuurlijke reis

Hallo allemaal, Ik ben Cor de Bakker en woon op het Sânpaed 26 in Weidum. Ik ben 19 jaar en op dit moment werk ik bij de Jumbo in Grou. Volgend jaar ga ik studeren in Groningen of Utrecht. Ik was gevraagd om iets te schrijven voor de Rûnkranter over mijn reizen van afgelopen jaar naar Zimbabwe en Australië. Het is allemaal begonnen toen ik voor de tweede keer met 4 Havo begon. Het jaar daarvoor was ik blijven zitten. Ik had het op dat moment helemaal gehad met school en had nog helemaal geen zin in studeren. Het idee om eerst op reis te gaan was er dan al vrij snel. Ik wist nog niet precies waarheen, hoe, wat en of ik alleen zou gaan of samen met iemand anders. Dus ik heb gewoon een vriend van school gevraagd of hij ook mee wou. De volgende dag was hij al zover dat hij mee wou. Nu we met zijn tweeën waren zijn we gaan kijken wat we nou eigenlijk precies wouden doen. Mijn schoolvriend, Willem Kleefstra, kwam eigenlijk meteen met het idee om iets met dieren te gaan doen. Daar wouden we ons eerst op focussen. Na lang gezocht te hebben zijn we in contact gekomen met een reisorganisatie die ons weer in contact bracht met een familie in Zimbabwe. Deze mensen hebben een Wildlife Orphange genaamd Chipangali. Het houdt in dat ze daar gewonde, zieke of dieren die hun moeder kwijt zijn opvangen en verzorgen met het uiteindelijke doel ze weer terug te zetten in de natuur, voor zover mogelijk. Dit is vrijwilligerswerk en dat kost geld. Dus hebben we besloten dat we zes weken zouden blijven om daarna nog ergens anders heen te gaan. Hoe we op Australië zijn gekomen weet ik niet meer. Na veel plannen, regelen en natuurlijk het halen van ons Havo-diploma konden we eindelijk weg. In september zijn we op het vliegtuig gestapt naar Zimbabwe. Voor mij de eerste keer vliegen en om dan meteen naar Zuid-Afrika (negen uur) te gaan was wel heftig. We moesten via Johannesburg vliegen, daar hebben we een nacht geslapen. Daarna door naar Bulawayo, de op één na grootste stad in Zimbabwe. We werden met open armen ontvangen door onze gastvrouw. In het begin waren er wat problemen met de bagage. De hele bagage van Willem was niet vanaf Schiphol vertrokken. En er was een tas van mezelf weg. Willem zijn spullen kwamen uiteindelijk zes dagen later aan. Mijn ene tas is op een of andere manier (nog steeds een mysterie) na vier weken op Schiphol terecht gekomen, zonder dat er iets miste of was beschadigd. Vanaf het begin kom je aan in een hele andere wereld. We kwamen aan op het vliegveld en dan blijkt de hele ontvangst- en vertrekhal nog niet eens afgebouwd te zijn. Ze waren er al een dikke tien jaar mee bezig, dus werd een oude stalen vliegtuigloods gebruikt voor dat doeleinde. Het was daar buiten de loods al meer dan 34 graden, binnen was het nog een stuk warmer. Blij dat we daar na heel wat gedoe vanwege de missende bagage, weg konden. Er werd ons verteld dat we een klein stukje moesten rijden, 40 km, voor we bij onze bestemming zouden zijn. Ach ja, kregen we mooi de kans om onze gastvrouw te leren kennen. Meteen werd er ons het een en ander duidelijk gemaakt. We zouden de eerste week altijd met iemand van de familie werken, daarna zouden we vaker gaan samen werken met de werknemers. We mochten onder geen enkele voorwaarde hun terrein verlaten, tenzij Nicky (onze gastvrouw) of Kevin (onze gastheer) met ons mee was. Dit omdat de lokale bevolking ons als toeristen zou herkennen en we waarschijnlijk binnen tien minuten in de stad alles wat we hadden kwijt zouden zijn. Het is een harde wereld daar. We moesten door twee politie-wegblokkades rijden voor we bij Chipangali aankwamen. In de auto ligt altijd standaard een briefje van vijf, tien en twintig US Dollars voor het geval een agent moeilijk zou doen, het hing er vanaf waarom ze je staande hielden. Dan werd er een bedrag samengesteld dat hoog genoeg zou zijn en aan de agent gegeven. Daarna konden we rustig doorrijden. We mochten ook niet zwaaien naar de agenten omdat dat een teken van de oppositiepartij is, daarvoor zijn mensen wel de gevangenis in gegaan of simpelweg in elkaar geslagen. Niet heel fijn om dat soort dingen te horen. Maar als je eenmaal op het terrein bent verandert alles, we mochten onze spullendumpen en ons even verfrissen en kregen daarna een rondleiding. Het was geweldig om al die dieren te zien en al een aantal dingen over ze te leren en zelfs bij een aantal in de kooi stappen om ze te aaien. In het begin is het allemaal nog een beetje vreemd. We begonnen ook met de makkelijke klusjes. Kooien schoonmaken. Later zijn we ook bezig geweest met het voeren van dieren, kooien repareren, verhuizen van dieren, het jagen op ratten en nog veel meer. We hebben gewerkt met leeuwen, luipaarden, nog meer katachtigen, apen, roofvogels, slangen, krokodillen, schildpadden, verschillende antilopen en enz. Het vetste was een leeuwenwelp die in het huis woonde. Hij was vlak na zijn geboorte door zijn moeder in de steek gelaten en hij werd heel erg ziek. De familie Wilson heeft hem toen in huis genomen. Hij heeft het dankzij al hun goede zorgen overleefd. Hij heeft er alleen wel een groei- en evenwichtstoornis aan overgehouden. Hij was ongeveer vier maanden oud. Je kunt het je niet voorstellen hoe het is als je ’s avonds tv aan het kijken bent en er een leeuwenwelp naast je op de bank gaat liggen en zijn kop op je schoot legt omdat hij geaaid wil worden. We hebben verder van alles mee gemaakt, drie dagen geen stroom zodat elke avond de generator aangezet werd voor drie uur en daarna gewoon alles voorbij was. Er waren dagen dat de thermometer boven de 40 kwam; ik heb trekker leren rijden, offroad rijden met quads, leeuwen transporteren; ik heb gejaagd op kleine vogels en vooral ook geleerd dat wij het hier allemaal echt een stuk beter hebben dan daar. Een van de vetste dingen die ik daar heb gezien waren de Victoria Falls. Het zijn de grootste watervallen ter wereld. Na de eerste dag bij de watervallen zelf geweest te zijn hebben we de volgende dag een Gorge Swing gedaan. Vergelijkbaar met Bungee-Jumpen. Je hebt eerst een 70 meter vrije val. Dan trekt het elastische touw zich strak en word je uit je vrije val geslingerd. Wij zijn allebeide head first (handstand op de rand en dan afzetten) naar beneden gegaan. Door de adrenalinekick die we er van hadden gekregen konden we op de Sunset Cruise bijna niet stil zitten. Tijdens de Cruise hebben we nog nijlpaarden en krokodillen gezien. En niet te vergeten een van de mooiste zonsondergangen ooit. En zo snel als het begonnen was, was het ook alweer voorbij. We zijn eerst terug gegaan naar Nederland omdat Willem zijn moeder ging trouwen. Wel wat duurder dan meteen doorreizen. Wel fijn om iedereen weer even twee en een halve week week te zien. En dan zit je ook zomaar weer in het vliegtuig. Dit keer dertien uur, want we hadden een tussenstop in Singapore. Daar kregen we eerst een citytour voor we weer verder vlogen naar Sydney, dus nog eens acht uur in het vliegtuig. Toen waren we het wel goed zat, dat vliegen, en waren we goed kapot. Gelukkig had onze reisorganisatie er drie dagen voor een hostel bij gedaan. We sliepen rond de acht à negen uur tot tien à elf uur de volgende morgen. De tweede week zijn we meteen maar even op surfkamp gegaan. Heel erg vet en je kan na een weekje al best kleine golfjes pakken. Maar toen was het tijd om serieus bezig te gaan. Er was werk nodig. Want ja, gratis is het niet, maar duur was het wel. Dat was misschien wat makkelijker gezegd dan gedaan. In het begin waren we in de overtuiging dat we het werk snel zouden vinden. Dat viel zwaar tegen. We zijn toen steeds meer ons best gaan doen om wat te vinden. Ondertussen raakten we bevriend met twee andere Nederlandse jongens die ook met dezelfde reisorganisatie reisden als wij. Na een hele maand in Sydney gezeten te hebben was de maat vol. Ik had nog maar twee dagen gewerkt. Een dag in een opslag voor meubels en een avond dat we het podium na een Guns & Roses concert moesten helpen afbreken. Maar het schoot niet op. Dus hebben we met zijn vieren een auto gekocht om via de oostkust naar het noorden te gaan om daar werk te zoeken in de fruitplukkerij. We kochten een surfplank en gingen van surfplaats naar surfplaats richting het noorden. Onderweg wat probleempjes gehad met de auto maar niks ernstigs. Met de kerst zaten we in Byron Bay, een echte surfstad. Helaas hadden we maar één dag zon, de rest van de week hadden we regen. Voor het surfen geen probleem. Maar als je ’s avonds met twee mensen in de auto en de anderen in twee niet echt waterdichte tentjes ligt is dat niet fijn. De stemming onder ons daalde. We gingen verder naar Brisbane, dit is één van de zes miljoenensteden, er wonen namelijk meer mensen in de zes grootste steden dan in de rest van het land. In Brisbane hadden we er genoeg van en hebben we beslist om in een klein huisje te gaan zitten om op te drogen en al onze spullen een kans te geven te drogen. De stemming zakte nog verder, we kregen te horen dat er gigantische overstromingen ten noorden van ons waren. Hele plaatsen die onder water stonden, wegen die weggesleurd waren, mensen die alles kwijt raakten en alle oogsten die verloren gingen, daarmee dus ook onze kans op werk. Ik zat inmiddels in de problemen met mijn geld. Met andere woorden. Het was op. Ik wou eigenlijk geen geld van mijn ouders lenen. Maar na een paar telefoongesprekken met mijn ouders heb ik dat toch maar gedaan. Ik kon weer verder. Maar niet lang meer. We moesten nu echt snel werk vinden. Onze enige kans was verder naar het noorden trekken en hopen dat er ergens nog wel groente of fruit te vinden was dat nog niet verloren was gegaan. Maar al snel werd ook die hoop de bodem ingeslagen toen er nog meer regen en dus ook meer overstromingen kwamen. Dit was het moment dat ik bijna naar huis zou gaan. Maar toen kwamen we op een camping een stel tegen dat onze reis heeft gered. Suzie en Richard hebben ons meegenomen naar een plaatsje vlakbij Rockhampton. Rockhampton was al bijna twee hele weken van de bewoonde wereld afgescheiden door het water, het enige wat je er nog van kon zien waren de hoger gelegen stukken, de lager gelegen stukken waren simpelweg gewoon verdwenen onder water. Maar gelukkig heeft het water het huis van Richard en Suzie nooit bereikt. Ze hebben ons alle vier voor het hele weekend in huis genomen en voor ons gekookt en ons echt in de watten gelegd. Een normaal dak boven je hoofd dat niet lekt, een gewone warme douche, echt koud bier (in plaats van lauw in de koelbox) maar vooral het droog blijven en het niet hoeven schuilen in een auto was erg fijn. Na het weekend moest Richard dezelfde kant op die wij ook gingen. Wij hadden even snel berekend hoever we moesten rijden, 2200 km., niet al te fijn dus. Gelukkig wist Richard een weg die misschien weer open zou zijn. Het ging alleen wel over een dirtroad. Onze auto was daar niet echt ideaal voor. Maar het was eigenlijk onze enige optie, het zou ons namelijk 1300 km. schelen. Maar we hadden geluk. We kwamen er langs. In het donker zijn we nog wel op een dode kangoeroe gereden met 90 km/u. De enige schade die we hadden was een deukje in de bumper. Wel zat de kangoeroe overal onder de auto. Het eerste wat we hebben gedaan was dan ook een wasstraat opzoeken. We zijn daarna richting Airlie Beach gegaan. Daar werd ons de omvang van de overstromingen nog duidelijker. We gingen een supermarkt in en de helft van de schappen waren leeg. Dus wij vroegen of de vracht nog moest komen. Ze zeiden ons dat er al twee weken geen vracht meer geweest was. Al het gewone vlees was op, er waren geen aardappelen meer. En nog veel meer andere dingen waren op of bijna op. Het werden dus dan maar diepvries maaltijden. En alles was ook veel duurder. Er kwam een kleine vracht van een lokale boer binnen. Wij keken naar de groente; alleen bloemkool en broccoli kostte al 6,50 euro. Dus het geld ging weer hard. Ik heb toen een mail gestuurd met een noodoproep voor werk. Twee dagen later had ik een reactie. Ik heb meteen gebeld. Het ging om een afwasbaan op een eiland vlak bij Airlie Beach op de Withsunday Islands. Een van de mooiste plekken op aarde naar mijn mening (van wat ik gezien heb uiteraard). Eén telefoontje en Willem en ik waren aangenomen. Het was tijd om afscheid te nemen van Sicco en Ronald, onze reisgenoten. Vanaf toen hebben we een heel ander leven geleid. Het was vijf tot zeven dagen in de week werken. Soms hadden we 200 gasten, soms bijna 500. Dat is wel even wat anders dan de 40 tot 60 die ik gewend was. Het was een geweldige tijd. Elke woensdag en vrijdag feesten en de volgende dag met moeite naar je werk. Maar geweldige mensen daar. Alles ging zo van een leien dakje. Tot we na een maand het bericht kregen dat er een cycloon op ons afkwam. Het viel gelukkig wel een beetje mee werd ons verteld. Het was maar een twee op de schaal van vijf. Maar toch wel een totale Lock-down. We werden ondergebracht in de hotelkamers omdat die wat meer konden hebben. Heerlijk relaxt avondje gehad, heerlijke bedden en een tv. De volgende dag gingen er alleen wel geruchten dat er nog een cycloon onderweg was. Alleen dit keer niet een twee, maar een vijf. Deze was ongeveer net zo groot als de hele staat Queensland (ongeveer vier a vijf keer zo groot als Duitsland). En al snel werden de geruchten waarheid. We werden geëvacueerd. Iedereen, de gasten en het personeel. We zijn 19 uur naar het zuiden ondergebracht in een ander resort. Daar hebben we die avond het nieuws op de voet gevolgd. Want het was tot op twee uur voor de cycloon aan land kwam nog niet echt duidelijk waar die langs zou gaan. En onze vrienden Ronald en Sicco zaten precies in een plaatsje wat als eerste werd geraakt. Gelukkig konden we relatief snel contact met ze krijgen na de storm. Daarna was het teruggaan en kijken of er veel schade was. Wat gelukkig niet zo was. Ik heb daarna nog een maand gewerkt. Echt ongelofelijk veel geld verdiend (4500 euro in die twee maanden). Dus toen was het tijd voor twee dingen. Geld uitgeven en helaas afscheid nemen van Willem. Willem had ongelofelijk last van heimwee en de pech die we hebben gehad heeft gewoon een zwaardere impact op hem gehad. Maar hij is niet weggegaan voor we wat leuks gedaan hadden. Dus zijn we wezen skydiven. Een van de leukste dingen die ik ooit heb gedaan. Daarna was het afscheid nemen van Willem. Toen stond ik er alleen voor. En ik had nog twee maanden te gaan. Ik ben eerst nog wezen snorkelen bij The Great Barrier Reef. Ik heb daar haaien, zeesterren zo groot als autowielen en allemaal bijzondere vissen gezien. Ik ben daar nog twee hele aardige Engelse jongens tegen gekomen die ik later weer zou treffen in Sydney. Ik ben toen met het vliegtuig richting Darwin gegaan, vooral bekend om zijn nationale parken en krokodillen. En die heb ik dan dus ook beide gezien. Ik ben op een tour geweest naar de Jumping Crocodiles. En dat is heel erg letterlijk. Ze gaan een soort hengel met daaraan een stuk vlees boven het water houden en dan komen de krokodillen vanzelf wel. En dan springen ze omhoog. Soms wel tot hun achterpoten, echt ongelofelijk. Daarna zijn we naar Litchfield Park geweest wat ondanks de regen erg mooi was. Ik ben toen ook nog naar het reptielenhuis in het centrum gegaan, daar ben ik in The Cage Of Death geweest. Dit houdt in: een kooi van heel dik plexiglas die afgezakt wordt in een aquarium met een gigantische krokodil er in. Die zwemt dan om je heen, heel spannend maar ook geweldig om te zien. En toen ging ik door naar The Red Centre, Alice Springs. Van daaruit ben ik naar Kings Canyon, The Olgas en Uluru geweest. Uluru is een heilige steen (lijkt meer op een berg maar het is een massieve steen) en verreweg het mooiste van de dingen die ik in Australië heb gezien. Het is niet echt te beschrijven en foto’s doen onder voor wat je daar ziet. Toen ben ik verder gegaan en heb ik een korte stop gemaakt in Cooper Pedy. Dit is een mijnstadje. Ik heb daar in een Hostel geslapen wat ondergronds in de steen is uitgehakt. Ook een hele belevenis. Daarna reisde ik verder naar het zuiden. Daar heb ik de Great Ocean Road tour gedaan. Wederom iets wat je in mijn ogen niet mag missen. Echt geweldige dingen gezien en meegemaakt. En toen moest ik weer richting Sydney. Eenmaal daar aangekomen kwam ik de twee Engelsen weer tegen. Een geweldige laatste twee en een halve week gehad. En toen moest ik alweer naar huis. Op de terugreis heb ik nog een flinke vertraging gehad maar toch was ik na zes maanden en vier dagen weer thuis. In het begin moest het wennen dat iedereen Nederlands praat en dat iedereen rechts rijdt en is het Nederlands moeilijk. Na een tijdje went het wel weer maar Frieslukt me nog steeds niet echt. Cor de Bakker Als je nog meer wilt weten over mijn reizen kijk dan op: www.moaifutmeiwimencor.waarbenjij.nu

« werom